.........................................................................

We vs. Death op weg naar Japan, fotografie: Maarten Houwer |
Maandag 14 mei – Kobe-Okayama
Een verschrikkelijke aarbeving heeft 10 jaar geleden huisgehouden in de Japanse stad Kobe. In het rijstpapieren huisje waar wij op een zachte vloer hebben geslapen, is de schade nog steeds te zien. Vergeleken met de in zee gestortte kademuur die we gister hebben gezien, valt hier de schade mee. Het huis behoort aan Nuf, een uit Amerika teruggekeerde Jappanner die er alles aan doet onafhankelijke muziekcultuur te introduceren in Kobe.
Wij hebben in ieder geval gespeeld in zijn kleine club Helluva Lounge en een prettige avond beleefd met onze tourgenoten Naan en de lokale voorprogramma’s, die meteen tot de beste bands die we ooit op tour tegenkwamen gerekend mogen worden.
In ons gezelschap bevinden zich Yuya, de tolk en Kenji, een uit de kluiten gewassen Japanner, tevens labelbaas van Zankyo Records en chauffeur van de 8-persoons Toyota 4-wheel drive. Deze Toyota haalt aan de voor ons zo curieuze linkerkant van de rijbaan, met 600 kilo Hollander en Japanse begeleiders gemakkelijk 150 kilometer per uur. Van ons mag het best een beetje langzamer.

Nayuta in Helluva Loun |
We reizen vandaag naar Okayama. De club “crazy mama second room” zal ons het derde podium van de tour verschaffen. Namen van clubs en bands in Japan zijn minstens opvallend te noemen.
Na twee emo-bands en Naan mogen we ons verheugen op een volle zaal en een aandachtig publiek, we spelen een goede set. De vader van de gitarist van Naan, een gepensioneerde bankier vergast het gezelschap op een middernachtelijke afdronk op z’n Japans. Schoenen uit, rond de tafel met alle die avond participerende muzikanten Sake drinken en allerhande Sushi proberen. Let op U pakt niet voor U zelf, UW tafelgenoten bieden U versnaperingen en drank aan, van U wordt verwacht dat U UW tafelgenoten bedient. Wij leren snel, door mensen iets aan te bieden vul je ook je eigen maag met het lekkerste eten en je hoofd met alcohol.

Paul legt uit |
Dinsdag 15 mei – Okayama-Kyoto
We worden wakker in onze eigen hotelkamer. Een kamer van 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog. Wel met eigen tv. Drie kamers hoog en zes kamers breed strekken blokken bedden zich uit in dit typisch Japanse verschijnsel: het capsule hotel. Voor een tourende band eigenlijk wel prettig. Een nachtje alleen met je eigen gesnurk.
Kenji is ziek maar kan met vers verschafte medicatie ons toch naar Kyoto rijden. Kyoto is de mooiste stad van Japan. Gouden tempels sieren groene parken.Wij waren bij aankomst en nog voor de (hier niet beschreven) eerste show al in Kyoto geweest en zijn blij terug te zijn.
Naan rijdt in een mini-busje met de motorinhoud van een Solex onze spullen rond en drummer Suzuki blijkt ook nog eens uitstekend gids. In Kyoto leren wij Boeddhistisch wassen en bidden, al onze wensen zullen nu uitkomen.
Het optreden is goed maar de opkomst niet spectaculair. We overtuigen Kenji om de cd-prijzen drastisch te verlagen. Geld verdienen is leuk, maar we zijn hier om onze muziek te introduceren. Als het aanslaat kunnen we altijd nog terugkomen om onze zakken te vullen. Deze gesprekken verlopen met de beste bedoelingen, met of zonder tolk moeizaam.
Met onze vrienden van Naan betrekken we een echt Japans huisje dat voor deze nacht voor ons gehuurd is. Na een bescheiden hapje en drankje en het heel bescheiden uitwisselen van allerlei beleefdheden met onze Japanse gastheren en –vrouw slapen we tevreden in.
Woensdag 16 mei – Kyoto-Nagoya-Tokio
De Japanse clubs zijn erg professioneel, de mensen zijn enorm behulpzaam. Ook heeft elke club backline die door de bands gebruikt mag worden. De backline is eigenlijk overal hetzelfde (voor de liefhebber: JCM 900 stack , Roland combo, Ampeg stack, Pearl kit met Zildjian bekkens).
Wij zijn afhankelijk van de backline in de zalen, het budget liet medeneming van eigen versterkers en drumstellen niet toe. In Club Rock’n’roll zijn de mensen net zo aardig en behulpzaam, maar is de apparatuur van behoorlijk minder kwaliteit en statuur dan in de andere clubs. Met behulp van geluidsman Maarten en een goedwerkende PA zorgen we voor een acceptabel geluid en later op die avond voor een mooi optreden in de kleine, volle zaal.
Wij spelen instrumentale rockmuziek, Japanners houden hiervan lijkt het. De gitarist van Naan speelt ook trompet en vergezelt ons nu standaard bij het laatste nummer voor een dubbele blaaspartij met onze eigen Paul. Het gevoel van verbroedering is op zo’n moment enorm en doet ons soms verlangen naar een eeuwig verblijf in Japan.
Na het optreden rijden we naar Tokio om te overnachten bij de moeder van Kenji. In halfslaap rijden we in een uur of zes door vijfhonderd kilometer stad en als we Tokio benaderen bij het opkomen van de zon weet ik niet meer of het overweldigend is of teveel.

Gerben geniet van de oosterse folklore |
Donderdag 17 mei – Tokio
De moeder van Kenji bezit een ruim huis in een voorstad van Tokio. Na een rustige dag en een fantastisch maal bereid door de moeder van Kenji kunnen we uitgerust aan de laatste drie shows beginnen. Tolk Yuya demonstreert dat Japanse beleefdheid en Hollandse lichtvoetigheid elkaar prima kunnen ontmoeten, “vanaf nu zijn we vrienden”, lijkt hij te willen zeggen.
Vrijdag 18 mei – Tokio-Niigata
Door een ongekend berglandschap spoeden wij ons naar Niigata, de enige stad aan de westkust die wij deze tour aandoen. De straten in Niigata zijn recht en lang, de bouw is hoog. Ik stel mij voor dat we in New York zijn, dat is makkelijk want ik ben nog nooit in New York geweest. Echt mooi is Niigata overigens niet.
Vandaag wordt iets duidelijk van de logistieke kracht van onze gastheer, labelbaas en nieuwe vriend Kenji. We waren onze apparatuur uit het oog verloren. Via een ingewikkelde transport-procedure zien we de geliefde gitaren, bekkens en trompet weer terug op de 4e verdieping van club Junk Box te Niigata. Naan kon deze show niet meespelen en heeft de instrumenten overgedragen aan andere Zankyo band Rururu. We zijn hen zeer erkentelijk voor het zorgen voor onze spullen
Met lange haren en wilde vlasbaardjes zien de jongens van Rururu eruit als woeste samoerai. Het blijken zeer vriendelijke jongens, die goede harde muziek spelen die kan doen denken aan Neurosis en These Monsters. Maar dan heel netjes op z’n Japans.
Wij spelen niet als laatste, dat bevalt prima. De hoofdact is een populaire jazz-improgroep die verschrikkelijk goed speelt. Wij kijken toe, schudden handen, zetten een handtekening hier en daar en drinken nog een drankje.

Mooie affiche voor Japanse postrock-fans |
Zaterdag 19 mei – Niigata–Sendai-Tokio
Weer een tocht door tunnels en bergen. Onze ogen jagen op beren en apen. Ze zijn er wel, wij krijgen ze niet te zien.
Voor eenieder van ons worden er grenzen verlegd deze tour: een eerste keer vliegen, zeevruchten voor hardcore vegetariërs en vis voor vermeende vis-allergieën. Geluidsman Maarten mag van baas Kenji de Toyota besturen. Dat er voor Maarten ineens andere verkeersregels gelden dan voor Kenji mag de pret niet drukken.
Voor onze jongste rekruut worden de nieuwe ervaringen en nachtelijke Suntory-times even te veel. Dat geeft niets, stevig ingeklemd tussen ervaren schouders bereikt ook hij veilig Sendai. Net op tijd voor de soundcheck.
In Japan begint de avond zo rond 18.00 uur, elke band mag soundchecken en van iedereen wordt verwacht dat ze er op tijd zijn. Anders betekent het op z’n Japans gezichtsverlies leiden. Wij moeten wachten op de leden van Naan, die onze spullen weer van Rururu hebben gekregen en redden het allemaal maar net zonder ernstig gezichtsverlies.
Een vroege start betekent een vroeg einde. In dit geval maar goed ook, de opkomst is slecht en de hoofdact kan niet bekoren. Tevens moeten we nog een uur of vier rijden voor een laatste nacht bij de moeder van Kenji.

Trompettist Paul en gitarist Wouter Kors tonen het bewijs: de cd is verkrijgbaar in Tokio! |
Zondag 20 mei – Tokio
Een andere Japanse beleefdheidswet schrijft voor cadeautjes uit te wisselen met Uw gastheer of gastvrouw. Wij zijn goed voorbereid. De moeder van Kenji is dolgelukkig met haar Domtoren-kaarsen en vergast ons nog eenmaal op een fantastisch maal. Miso-soep, mini visjes, rijst en salade voor het ontbijt. Zelfs de gevreesde gefermenteerde boontjes komen tevoorschijn. Culinair het meest ervaren werkt Wouter ze naar binnen terwijl de rest verbaasd toekijkt. In ieder geval hebben wij nog nooit zo lekker gegeten op tour als in Japan.
We mogen tot nu toe spreken van een succesvolle tour. In Tokio wordt duidelijk dat wij ons heel gelukkig mogen prijze met de inzet van Kenji en zijn Zankyo Record. In de hoofdstedelijke HMV cd-winkel staan onze cd’s prominent in het rek en de winkelbediendes zijn niet te beroerd een triomfantelijk ‘And how to translate it’ van onze debuutplaat door de zaak te laten schallen.
We spelen in een prachtige zaal, formaat EKKO. Zankyo-dames houden zich met de merchandise bezig als wij nog een keer op zoek gaan naar de beste rauwe vis en miso-soep van de stad. Met de gekte van Tokio aan de andere kant van de etalage kunnen we nog één keer in alle rust tijd besteden met de jongens en meisje van Naan, onze opnieuw tevoorschijn gekomen eerste tolk Yoko, tweede tolk Yuya en Kenji.
Aan de hoeveelheid schoteltjes kan de restaurant-eigenaar zien hoeveel sushi je hebt gegeten. De stapels schotels zijn bij de Japanners hoger dan die bij de Nederlanders.
We spelen vanavond met de bekendste Japanse postrock-bands. De zaal staat vol en de sfeer is uitgelaten. We kunnen met een ruime week oefening zomaar de beste show ooit geven. En dat in Tokio, de grootste stad op aarde, in ieder geval in onze beleving. De cd-verkoop is fenomenaal en we zetten handtekeningen op alles wat Jappanners zoal bezitten. Met andere bands ruilen we stapels cd’s.
Dan komt het moment van afscheid, en alleen met belofte van een nieuwe ontmoeting is het dragelijk. Thomas krijgt de favoriete muts van Yuya, we krijgen chopsticks, we krijgen de beste sake van het land. Onze Domtorens zijn allang op.